Duurloop 1 is de duurloopvorm, waarbij je het laagste looptempo loopt.

De Intensiteit bedraagt 65-75% van je maximale hartfrequentie.De afstand varieert tussen de 5- en 40 kilometer. Het fysiologisch effect is de verbetering van de vetzuur verbranding zodat deze een hoger aandeel in de energieleverantie krijgt.

Bij ervaren lopers worden duurlopen 1 met een korte duur meestal op de dag na een zware looptraining of wedstrijd gedaan als actief herstel. Lange duurlopen 1 worden vaak toegepast in de voorbereiding op een marathon.
Als beginnende hardloper gebruik je deze training om  langer achter elkaar te kunnen lopen.

 

Duurloop 2

Dit is het middelste duurlooptempo. De loopintensiteit bedraagt 75-85% van je maximale hartfrequentie. De afstand varieert tussen de 5- en 30 kilometer. Dit is de duurloop die het meest wordt toegepast. Deze duurloopvorm wordt gebruikt om de omvang van de training op te bouwen.

 

Duurloop 3

Dit is het snelste duurlooptempo. Een andere veelgebruikte naam voor deze duurloopvorm is tempoduurtraining. De loopintensiteit bedraagt 85-90% van je maximale hartfrequentie.
Het looptempo benadert bij gevorderde lopers het tempo dat ze bijna 1 uur kunnen volhouden in een wedstrijd of trimloop? Bij minder ervaren lopers worden  als variatie tijdens een duurloop 1 korte intervallen gelopen in duurloop 3 tempo.